Wandeling door de bossen van Zundert - 3 mei 2009 PDF Afdrukken E-mail

Zoals gepland komen we aan om stipt 09.30 op het parkeerterrein van café “In den Anker”nabij Zundert. Vier medewandelaars staan al te wachten. Zij zijn al vroeg vertrokken vanuit Zeeland. In het oude café gedeelte drinken we koffie terwijl de heer Otjes, opzichter/boswachter van Natuurmonumenten uitleg geeft over het gebied dat we gaan bewandelen.

 

Om 10.30 uur zetten we met totaal 12 wandelaars de pas erin. Een klein regenbuitje schrikt ons niet af. Hier en daar schiet een paraplu omhoog. Verder niet noemenswaardig. De groep heeft er aardig de pas in. Een paar nieuwkomers blijven wat aan de staart van de groep hangen maar benen toch aardig bij.
We doorkruisen het gebied “DE Pannenhoef”dat een oppervlakte heeft van 700 hectaren, waarvan 150 hectaren naald en loofbos en 100 hectaren heide en moerasterrein. Het overige gedeelte is grotendeels cultuur en landbouwgrond. Eeuwenlang bestond het gebied De Pannenhoef uit heide met vennen. In de 15e eeuw werd voor het eerst op grote schaal het veen, dat zich in de laagste delen had ontwikkeld, afgegraven. Via een uitgebreid stelsel van gegraven turfvaarten werd het veen afgevoerd naar de haven van Leur en Breda. Deze turfvaarten steken we regelmatig over voor we bij het keerpunt “Padvindersven” komen. Het Padvindersven met daar vlakbij De Flesch waar we de Schotse Hooglanders hebben gezien en de Lokker waar we langs zijn gelopen verkeren nog gedeeltelijk in oorspronkelijke staat.
Tuinieren op grote schaal zijn de woorden van Ir. Guido Waajens van het Hoogheemraadschap van West-Brabant. Hij weet te vertellen hoe moeilijk het is om de kwetsbare vennen zuiver te houden. De vorm van tuinieren is eigenlijk zwaar vertroetelen.
De Westbrabantse vennen zitten dicht op de grote industriegebieden. Antwerpen blaast er continu kwalijke adem overheen. Zure regen slaat er in neer, verkeer en landbouw doen daar ook aan mee. Zwavel- fosfaat- en stikstofverbindingen hopen zich op in het slib. Van naturen zijn vennen op zandgronden al wat zuur. Af en toe een beetje kalk strooien doet dan bijvoorbeeld wonderen tegen de sterke verzuring. Brabant heeft al veel vennen zien verdwijnen bij de ontginning voor landbouw zoals in de Zoeksepolder bij Schijf. En als er niet ingegrepen wordt met groot onderhoud, kunnen vennen verlanden door het ophopen van sliblagen en het dicht groeien met riet. In Westbrabant scoren een paar vennen heel goed. Dat is het Padvindersven bij Etten –Leur en het Rozenven bij Roosendaal dat in 2003 een groot onderhoud heeft gekregen en bijna geheel is hersteld aldus Ir.  Guido Waajens. Dat kunnen we ook zien als we langs het Patersven lopen. Iets verderop zien we een schaapsherder die zijn kudde het gebied laat afgrazen.

We wandelen verder langs de “Fleschloop” is geen natuurlij ven. Dit langgerekte ven is in 1900 gegraven om om twee bovengelegen natte heidegebieden te ontwateren. De resultaten waren zo positief, dat in 1995 werd besloten het oude ven in ere te herstellen. In totaal is ruim 11.000 m3 zand en veen afgegraven tot op de oorspronkelijke venbodem.

We lopen langs de Lokker en komen even later achter de abdij van “Mara Toevlucht”. Hier hebben ze nog de traditie om de eerste mis om 04.30 uur te houden en de laatste om 20.00 uur daarna sluiten ze de dag af. De bewoners van de abdij werken op de ecologische boerderij en in de abdij.
Voor de lunch komen we terug in café In den Anker. Om 13.30 vertrekken we met nog acht wandelaars voor het tweede deel van de wandeling. We lopen langs de rand van de “Tachtig bunders” een van de veengebiedjes dat nog in originele staat is gebleven. Het water wordt met speciaal aangelegde sluisjes op pijl gehouden. Ook hier lopen van tijd tot tijd runderen om het gebied te begrazen.
We maken een doorsteek naar “De Reeten” een overgangstuk om in het bosgebied te komen waar Henriette Roland Holst een deel van haar leven heeft gewoond. Hier schreef ze de meeste boeken van haar boeken en gedichten. Ook komen we langs de theekoepel waar ze graag haar thee geserreerd wilde hebben. Langs verschillende paden in dit gebied vinden we haar gedichten terug.
In Café “In het Groenewoudt” ofwel ‘t Pannehuske drinken we wat om daarna via een snelle doorsteek terug te gaan naar de auto. Om16.30 uur komen we daar aan een aantal wandelaars meteen vertrekt, zij moeten nog ruim een uur rijden voor ze thuis zijn.


Een viertal neemt nog een afzakkertje voor ook zij huiswaarts keren.
Ik mag wel zeggen dat deze dagwandeling goed is verlopen en de weergoden, waar we in het begin over spraken, waren ons goed gezind. Zeker voor herhaling vatbaar.
Bedankt Hanny en Gé de Neef, Adriëne Koeton, Wendy van der Heide, Lottie en René van Dijk, Lieneke en Hans Castel, Vera en Claus Baerwolf en Liesbeth Claassens.

Cor Claassens
Foto’s Claus Baerwolf