Bouillon - 14/15 februari 2009 PDF Afdrukken E-mail
Na 3 uur rijden komen we aan in Bouillon waar de eerste medewandelaars al staan te wachten.

Diep verborgen in het Ardense woud, omarmd door een meander van de Semois, wordt het kleine middeleeuwse stadje Bouillon beheerst door het kasteel van Godfried van Bouillon. Fier en majestueus heeft het kasteel de eeuwen getrotseerd. De Jeugdherberg domineert de stad en biedt een vrij uitzicht over de Semois en een van de meest indrukwekkende forten van Europa. De eeuwenoude stad Bouillon heeft een rijk verleden en het belangrijkste bospatrimonium van België. De gastvrijheid van het team staat garant voor een geslaagd verblijf.

Vanuit de jeugdherberg van Bouillon kijken we uit over de stad met het lang gerekte kasteel aan de overkant van de Semois. Alles is bedekt met een poederlaagje sneeuw dat de winterse sfeer alleen maar versterkt. Als we ons hebben aangemeld zoeken we de kamers op waar we een slaapplaats uitzoeken.

Zodra iedereen aanwezig is bespreken we om beneden in het stadje naar de pizzeria te gaan. Tafels worden bijeen geschoven en gezamenlijk genieten we van wat er in de keuken voor ons is bereid.

Terug in de jeugdherberg volgt een goed gesprek met de nieuwe wandelaars in de groep en we sluiten de avond af met een biertje uit de streek.

De andere morgen na het ontbijt vertrekken we voor de eerste wandeling.

Al snel hebben we de verharde weg achter ons gelaten en duiken bij de kapel van Buhan het winterse bos in.

De kapel Buhan.

Cette chapelle est dédiée à Notre-Dame de Walcourt.Deze kapel is gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Walcourt. Elle fut construite en 1880 par Eugène Pierre sur son terrain , en reconnaissance et a été donnée à l’église. Les maçons qui l’édifièrent étaient Cyprien Bertrand et François Bertrand. Het werd gebouwd in 1880 door Eugène Pierre als privé kapel op eigen grond, later herkent door de plaatselijke kerkgemeenschap.
La fête de la Sainte Trinité y ramène chaque année les pélerins de Noirefontaine, Bouillon et Dohan. Là, un chapelet est récité en commun et tous, en choeur, chantent des cantiques à la Ste-Vierge. Tijdens het feest van de Heilige Drievuldigheid is tot 1994 een pelgrimstocht van Bouillon en Dohan uit naar de kapel geweest. Dan werden hier liederen gezongen en de rozenkrans gebeden tot de Heilige Maagd.
A l’intérieur de la chapelle se trouve également 4 saints que l’on vénère en tout temps : Sainte Apoline, envoquée pour les dents, Saint Dont, invoqué pour l’orage, Saint Walfroid qui préserve des rhumatisme et Sainte Gertrude qui préserve des souris. Binnen de kapel zijn vier heiligen die vereerd worden, St. Apoline, Sint Antonius, Saint Walfroid en St. Gertrude. En 1917, la porte fut défoncée et remplacée par une porte métallique.In 1917 is de houten deur vervangen voor een metalen deur.  In 1998 is een nieuwe deur geplaatst. En 1998, une nouvelle porte a été placée par les Ets Guy Giboux de Noirefontaine.

   

Als we een eind verderop langs de weg uitkomen, passeren we Le Moulin Hideux, een 18e watermolen waar momenteel “L ‘Auberge de IÝ Deux Molins” is gevestigd. Hier missen we een paadje met gevolg dat we 1,5 km langs de weg lopen, snel de weg af en het bos weer in, we klimmen de hoogte in.

Langzaam naderen we het hogere gedeelte waar we een stuk verharde weg willen vermijden. We gaan rechtsaf een bospad in waar sommigen van ons een ree in de verte zien wegspringen. Als het pad ophoudt struinen we tussen de bomen door omhoog en omlaag tot we een beekje kruisen. Dat zijn herkenningspunten op de kaart en die wijzen je weer naar het juiste pad. We komen aan de rand van een akker waar de positie exact bepaald kan worden. Al snel zijn we weer op het juiste route. Na een lage afdaling komen we in Dohan waar we in Auberge de La Vallée onze boterhamen mochten eten.

De herberg ligt in Dohan, in een van de meest woeste bochten van de Semois.
Het huis werd in mei 2007 opgeknapt door Chloé Bourdon, kunsthistoricus en Olivier Van Rode, leraar geschiedenis, aardrijkskunde en de studie van wijnbereiding.Hun doel is een vriendelijke plek te beiden met aangename kamers en gast tafel en het de liefhebbers mogelijk te maken de rijkdom van de wijn te kunnen ontdekken.

Na een uurtje zetten we de sokken er weer in en volgen het pad langs de Semois. We draaien met de meanderende rivier mee tot we opnieuw gedoemd worden om een stuk langs de weg te lopen. Niet leuk maar veel alternatieve zijn er niet. Er is gelukkig bijna geen verkeer op de weg. Als we bij een picknickplaats komen overwegen we om de volgende lus in de Semois ook nog te doen tot Bouillon. De aanloop naar de lus verloopt niet best. Een zeer drassige weide langs de rivier belemmert de doorgang en verplicht ons om terug te moeten keren. Dan ziet iemand een doorsteek naar een hoger gelegen pad, daar kunnen we alleen maar komen met een behoorlijk klimmetje. Al slingerend van boom naar boom komen we op het bovenliggende pad. Het levert wel een schuur op in een broek van een medewandelaar. De extra lus langs de rivier was eigenlijk geen goede keus. Het pad stond grotendeels onder water waardoor we meer door het bos lopen. We hebben er dan ook veel te langer over gedaan en de vermoeidheid gaat mee spelen.

Eindelijk is de jeugdherberg in zicht. Totaal hadden we 27 km. afgelegd en snakte we naar een warme douche. Daarna steken we de benen onder tafel en werd ons een heerlijke maaltijd voorgeschoteld bestaande uit producten van de streek. Alleen een deel van het dessert maakte een schuiver en belande in de afvalbak. Die avond is onder het genot van een glas bier, pinda’s en zoutjes een fotoslide bekeken van het laatste wandelweekend in Ovifat en daarna was iedereen toe aan zijn nachtrust.

De tweede dag. Alle spullen in de auto die behoorlijk is aangevroren. Om negen uur dalen we af naar het centrum van Bouillon en steken twee keer de Semois over. Als we de brug van Poulie zijn overgestoken volgen we een verharde weg tot aan de abdij.

De abdij Notre-Dame de Clairefontaine, ofwel abdij van Cordemois genoemd naar de naam van het vroegere leengoed, werd gebouwd tussen 1930 en 1935 in opdracht van Dom van der Cruyssen, abt van Orval. De abdij biedt onderdak aan een gemeenschap van cisterciënzer zusters. Volgens de regels van de heilige Benoît bestaat hun dagelijkse leven uit gebeden en handarbeid. De kerk is toegankelijk voor de bezoekers die eveneens de gebeden van de zusters mogen bijwonen. Een vleugel van het klooster dient voor retraites, je kunt daar zowel alleen als in groep, in alle rust en vrede aanwezig zijn.

Op zon en feestdagen kan men de eucharistie bijwonen om 10.30 uur
In het winkeltje zijn religieuze voorwerpen te koop zoals, boeken, cd’s, schilderijen op zijde, keramiek en  uit eigen keuken vervaardigde koekjes.
 

  

Iets hier voorbij slaan we links een landweggetje in dat parallel gaat met de rivier. Bij een oude watermolen “Moulin de l’ Épine” die omgetoverd is tot een riant onderkomen gaat het pad de hoogte in.

Moulin de l’ Épine refereert enerzijds naar een doorwaadbare plaats van de Semois (Gué), en anderzijds naar een voormalige watermolen op de Semois.

Langs het pad zien we kunstwerkjes gemaakt van materialen uit het bos die met de werkzaamheden in en rond het bos te maken hebben. We komen uit op een hoogtepunt waar we van een uitzicht genieten over het graf van de reus. (Le Tombeau du Géant)

Het Graf van de Reus is een fabelachtige rots, omcirkeld door de Semois. Het lijkt een sarcofaag van groen die de resten bergt van een reus. Men observeert het Graf van de Reus in zijn legendarische kader van eikbossen en aangeslibde groenen weiden.

Een mooie gelegenheid om de energie weer aan te vullen.

In het hoger gelegen Botassart vinden we een kapel uit de 17e met daarachter het kasteel van Botassart dat opgericht is in 1625. Het gebouw werd met de omliggende kerkhofmuur in 1981 beschermd als monument. We verlaten de verharde weg en komen op smal paadje dat ons bij een woning in het dal brengt. De eigenaren, de heer en mevrouw Montfort,  laten vol trots zien wat zij ervan gemaakt hebben. De oude watermolen is weer voorzien van een waterrad en in eren hersteld. Het gebouw is verbouwd tot vakantie woning. We klimmen hogerop en naderen het dorpje Sensenruth. Iets daarbuiten zoeken we een plaatsje voor de picknick. Daarna kiezen we voor een hoger pad dat doodloopt aan het eind maken we nog een doorsteek naar de andere kant van de dal waar we de route weer op pakt kan worden. De route slingert door de bossen en plots zien we Bouillon diep onder ons in het dal. Langzaam naderen we de stad waar we afsluiten met koffie en iets om de energie weer aan te vullen.

Om 17.00 uur is iedereen onderweg naar huis. We hebben genoten van een zonovergoten winterwandeling in het Ardennen landschap.

Cor Claassens