Via Alpina rode route: Triest - Monaco PDF Afdrukken E-mailadres

Reisverslag van Erik en Esther Lennertz


Het is 26 augustus 2007, staande op de Col de Guerre (525 m.) en neerkijkend op Monaco, het einddoel van onze trektocht, gaan onze gedachten terug naar het begin. Lazzereto de startplaats van de Via Alpina nabij Triest (I).

2 juni 2005 zijn wij hier met zwaar bepakte rugzakken en met maar weinig informatie over de te vervolgen route vertrokken. Ongeveer 3000 km voetpaden liggen voor ons. Gepland in 2 x 3 zomermaanden (2005 en 2006) kon dit wel een prettige en ontspannen tocht worden. Veel liep toch anders dan gepland.

Slovenië is met veel bos en het nationale Park Triglav een heel mooie, maar door gebrek aan een goede kaart een ware speurtocht. De plaatselijke bevolking is zeer vriendelijk en vaak ook onze gids bij het vinden van de goede paden. Drie weken later bereiken wij de Würzenpass en hiermee Oostenrijk.

           

De Kärnische Höhenweg is dan het belangrijkste pad tot in Sexten (Dolomieten). De bevoorrading, het vrij grote aantal te overschrijden toppen boven de 2000 m, zwaar noodweer en sneeuwval maken ons het hier wel lastig.

Eerst nog Zuid Tirol, dan door Oostenrijk richting Duitsland en Liechtenstein. Langs de Rijndelta en de Zugspitze en dan weer terug via Oostenrijk naar het Zwitserse Engadin. Hier bij het Stilfserjoch trekken wij door een witte wereld. Verse sneeuw heeft het landschap in een winters landschap veranderd. We genieten van het uitzicht op de Ortler Alpen. Enkele dagen later eindigt onze tocht in het Italiaanse Tirano. Einde 1e deel van onze tocht. We zijn dan 12 weken onderweg geweest.

30 mei 2006 gaan wij in Tirano op pad voor het 2e deel van de Via Alpina. Er ligt nog heel veel sneeuw in de bergen boven de 1800m, maar wij zijn goed voorbereid. Acht etappen gaat alles goed. We komen zonder grote problemen over alle besneeuwde bergpassen, bij de meeste zijn wij de eersten dat jaar. In een dorpswinkel waar wij bevoorraden, reageert een inwoner verbaast als we vertellen waar wij overheen zijn gekomen. Zo vroeg in het seizoen en bij deze omstandigheden wel een prestatie vindt hij.

Maar dan gaat het dan toch goed mis. Bij een steile afdaling boven Pian San Giacomo breekt een steen uit en komt Esther ten val. En raakt haar arm uit de kom. Einde verhaal: helikopterredding, ziekenhuis en dan met de trein naar huis. 11 dagen waren wij in de Alpen, dit was echt balen. Het duurde enkele weken tot Esther zover hersteld was dat we dan toch nog iets anders deze zomer konden ondernemen. Enkele tourfiets tochten in Nederland en België waren een mooie compensatie. Maar het duurde nog even voordat we ons weer konden concentreren en verheugen op een vervolg in 2007. Je wordt natuurlijk ook een dagje ouder en hoe lang kun je deze inspanningen nog doen? Niet te lang over nadenken maar gewoon doen!

            

28 mei 2007 starten we heel luxe. Met de nachttrein naar Basel, Alpen Express tot Bellinzona (Tessin) en dan met de bus naar Pian San Giacomo. Bij aankomst in Pian San Giacomo, een dorp van enkele huizen en 2 boerderijen, herkennen wij direct de helling waar Esther het vorige jaar viel en ook de boerderij van Jeannete, die mij toen opving en naar het ziekenhuis en Esther bracht.

2 dagen bivakkeren wij op een open plek in het bos naast de boerderij. Eigenlijk te kort voor een goede acclimatisering, maar wat wil je, ongeduld en het mooie weer zijn de oorzaak van de drang om te vertrekken.

1500 km verdeeld over 77 dagetappen liggen voor ons en hierbij moeten wij ongeveer 78000 hoogtemeters overwinnen.

Uitgezwaaid en volgestouwd door Jeannete met kaas, eieren en worsten van de boerderij vertrekken wij richting Selma ons eerste etappedoel. We zijn op weg. Eerst gaat het nog door Tessin (Zw). Diepe dalen met meestal eenvoudige kleine dorpen. Vrij snel bereiken we onze eerste hoge bergpass (2650m). Gelijk zo hoog valt al niet mee, maar ook de afdalingen zijn erg stijl en glibberig door het snel verslechterende weer. Enorme regenbuien, beken die veel water voeren en overstromingen maken de tocht eerder spannend dan leuk.

“Slapen jullie vanavond maar bij mij thuis”. Deze uitnodiging komt van Monica, een jonge vrouw die in Prato Sornico woont, een klein bergdorp in de Val Lavizzara Tessin. Na al die natte bivaks van de laatste dagen nemen we de uitnodiging graag aan, want zo hoeven we geen plekje voor onze tent te zoeken en kunnen we morgen met droge spullen weer op stap.

           

Nog 2 dagen Italië, bij de Griespass gaan we weer Zwitserland in. We trekken door het Fieschertal, het Wallis en voorbij de Aletschgletscher (de grootste gletsjer van de alpen). Hier op het hoogtepad boven de gletsjer worden wij terwijl we nog genieten van het uitzicht, verrast door een hevig noodweer. We proberen een goed heenkomen te zoeken, maar er is op het pad dat langs rotswanden voert geen plek voor de tent te vinden. In de stromende regen en met bliksemflitsen over onze hoofden moeten wij nog 20 min. door  voordat het ons lukt om de tent te plaatsen en enigszins droog en veilig te installeren. Het wordt een onrustige nacht, de tent staat in een soort kuil, regelmatig rollen wij tegen elkaar aan. Onze spullen worden toch een beetje nat, omdat er zich water onderin de kuil verzameld. De volgende ochtend hangt er dikke mist en pas later op de dag kunnen wij wat nat is weer drogen.

Het blijft spannend. Regen, hagel, sneeuw maar gelukkig ook af en toe een beetje zon wisselen elkaar af. Boven Chamonix (Massief Mont Blanc) zitten we 2 weken later een dag vast op 2000 m in 25cm sneeuw en dikke mist.

Maar dan verandert plotseling in enkele dagen het weer. Bij stralend blauwe hemel lopen we over de Grote Sint Bernard Pass, door het Aostadal, het Franse park de Vanoise en de Dauphiné( Vallouise - Briancon).

               

In Vallouise wacht onze zoon met zijn vriendin ons op. Het is dan eind juli. Enkele (rust)dagen gezamenlijk doorbrengen denk je dan! Ulf heeft andere plannen, samen de Ecrins (4100m) beklimmen is de bedoeling. Het weer blijft goed, dus rugzakken pakken en naar de Refuge Encrins op 3100m. Vervolgens de volgende dag naar de Dome des Encrins. Zwaar, maar samen met je zoon dan toch weer een aparte ervaring. “Voor jou moet dit toch een vakantie uitstapje zijn”, grapt hij tegen mij. Is dit als compliment bedoeld? 

We trekken verder. Van de Cottische Alpen (Queyras/Monviso) naar de Alpi Marittime.

Het Italiaanse Piemonte en het Franse Mercantour zijn minder bekende bergmassieven. De aan elkaar grenzende nationale parken van de zelfde naam zijn geweldig mooie, ruige rotsmassieven, met ontelbare bergmeertjes. Ook de flora en fauna zijn overvloedig aanwezig. Regelmatig stoten wij onverwacht op grote groepen gemzen en bergbokken maar ook de marmot hebben wij regelmatig voor onze fotolens.

In de Ligurische Alpen met de Vallee de Roya passeren wij de dorpen Saorge, Sospel en Breil sur Roya, mooie dorpen uit de 17e en 18e eeuw. Vooral Saorge, waar de huizen tegen de bergwand lijken te zijn geplakt, is zeer indrukwekkend.

De laatste nacht bivakkeren wij bij het bergdorp Peillon. Het dorpje ligt op een rotspunt en heeft heel smalle straatjes, steegjes en poortjes. Ze lopen zo door elkaar dat je moet oppassen om niet te verdwalen. We krijgen van hieruit de Middellandse Zee al te zien.

Om 6 uur al aan het ontbijt. We willen vandaag vroeg vertrekken want het wordt erg warm. Na een korte afdaling gaat het omhoog naar de Col de Guerre en 2 uur later, als we deze bereiken, zien we Monaco en de middellandse zee onder ons liggen. Nu nog 1,5 uur afdalen via het Franse plaatsje Turbie en dan langs de haven en het centrum van Monaco omhoog naar het Prinselijk Paleis. Het paleis ligt op een 60m hoge rots, ‘Le Rocher’ genoemd.

Dan is het zover, na bijna drie maanden bereiken we ons doel. We staan voor het bord van de Via Alpina. Het bord dat door prins Albert op 21 juni 2002 is ingewijd ter gelegenheid van de opening van dit lange afstand wandelpad door de acht Alpenlanden. “Wat voel jij nu?” vraag ik aan Esther. “Ja, wat voel je nu?” is haar wedervraag.

           

Totaal 6 maanden trekken, 3000km wandelen. Meer dan 160 keer, iedere dag een plekje zoeken, je tentje opzetten en ’s ochtends weer inpakken. Dagelijks een ander landschap. Steeds wisselende weersomstandigheden, regen- sneeuw- hagel en onweer. Van - 6 tot +35 graden. De hoogteverschillen, totaal: 160.000m stijgen en natuurlijk weer afdalen, dit is 18xde Mont Everest beklimmen. Maar vooral de vele ontmoetingen en belevenissen met de mensen uit de diverse landen en streken zijn een bijzondere ervaring.

En dan is het plotseling over. Einde van het avontuur. Ja, hoe voelt dat?

We kunnen het nog niet onder worden brengen. Wel is zeker dat deze tocht in onze beleving nog lang niet afgelopen zal zijn. Samen hebben wij deze tocht beleefd en volbracht en dat geeft alvast een zeer tevreden en trots gevoel.


--------------------------------------------------------------------------------

Voor een overzicht van veel meer foto's, ga naar de fotogalerie.

Gebruikte kaarten, routebeschrijving en algemene informatie zie:

www.via-alpina.com