| Trektocht basiskamp Kangchenjunga |
|
|
|
|
Reisverslag van Wim Reijnhout In augustus kreeg ik onverwacht de kans om een lange(re) trektocht te maken. De keuze was niet gemakkelijk. Weer Nepal of eens ergens anders kijken. Omdat het reisaanbod in het najaar niet zo groot meer was viel de keuze op een trektocht in Nepal en wel het Kangchenjungagebied (vreemde voettocht van de NKBV). De tocht wordt genoemd als: “ de mooiste van de wereld”. Het Kangchenjunga gebied wordt vaak beschreven vanwege de verscheidenheid aan bijzondere landschappen, klimaatzones, soorten vegetaties en culturen. Het gebied ligt in het noordoosten van Nepal vlakbij het drielandenpunt met India (-Sikkim) en China (-Tibet). De Kangchenjunga (8586 meter) is na de Everest en de K2 de derde in de rij van hoogste bergen en en heeft vijf toppen en vijf gletsjers in een machtig massief.
Het trekkingsgebied in dit toch nog wel geïsoleerde gebied van Nepal wordt gekenmerkt door smalle en steile paden, prachtige bossen, uitzichten en een nog ongerepte en gevarieerde natuur. Steeds houd je uitzicht op de toppen van de Kangchenjunga, en andere reuzen als de Jannu, Khambachen en de Yalung Kang. De start werd gemaakt in Kathmandu, waar we twee nachten in een hotel verbleven in de toeristenwijk Thamel. De volgende dag gingen we met een klein vliegtuig naar Biratganar dat tegen de Indiase grens ligt op 70 meter. Je zit dan gelijk in een subtropische omgeving met veel palmen. Daar sloten de sirdar (hoofdgids) en de sherpa’s (hulpgidsen) zich bij ons aan. Met een bus met daarin behalve de deelnemers en gidsen ook nog achterin een aantal grote plastic jerrycans met kerosine. Dat was goed te ruiken want de afsluiting ervan was niet geweldig. De weg was de eerste uren goed, weliswaar met putten. Regelmatig moesten we uitwijken voor koeien die op de weg liepen of zaten. De laatste kilometers ging het op een onverharde weg. Niet direct een plezierig iets, je ingewanden vlogen heen en weer.
In het dorpje Basantapur (2275 meter) stonden de tenten al klaar voor gebruik. Uit deze omgeving komen de Ghuka-soldagten, die in het Engelse legers dienst deden en doen. In het dorp waren de overige leden van de crew aanwezig. Het aantal dragers bedroeg op dat moment 32, het keukenpersoneel 6 en gidsen dus 4. Totaal voor 10 Nederlandse deelnemers 42 Nepalese krachten. (Het aantal dragers werd na 12 dagen teruggebracht tot 22). Dragers die de tassen, de tenten, de slaapmatjes, de tafels, de stoelen, het eten, de branders, de pannen, enz. elke dag weer opnieuw vervoerden. De volgende dag begon (Nepalees gebruik) om zes uur met een kop thee. Even later kwam men weer langs de tenten met waswater. Dit gebruik met een “ good morning sir, you like tea? Sugar?” Het antwoord was bijna altijd “Yes, tea but no sugar”. Na de thee en wassen volgde het ontbijt in de grote eettent. Terwijl wij zaten te ontbijten, werden de tenten afgebroken en ingepakt. Onze bagage werd over de drager verdeeld (elke deelnemer mocht maximaal een tas met een maximaal gewicht van 15 kg meegeven). Later op de tocht bleek wel dat steeds dezelfde drager dezelfde tassen droeg.
Meestal begon de wandeltocht direct na het ontbijt. Het pad liep veel door rododendronbossen afgewisseld door rijstvelden. We liepen dan tussen de 3 en 4 uur. De keukenploeg snelde ons (elke dag) voorbij want zij moesten weer op tijd klaar staan met de lunch. Deze lunch werd altijd voorafgegaan met het aanbieden van een soort warme limonadesiroop met water. Goed voor de dorst. Drinken is erg belangrijk. Op hoogte moet je wel een liter per duizend meter drinken. Door de vele koppen thee over de gehele dag genomen, kom je daar toch wel aan. De paden zijn over het algemeen smal, je loopt in een lange rij achter elkaar. Regelmatig hoor je dan van achter je de kreet: “porters”. Dan is het even aan de kant om de dragers voorrang te geven. Niet alleen onze dragers komen voorbij,maar ook het dragers die van dorp naar dorp lopen. Die hebben meestal meer op hun rug dan onze dragers. Jong en oud loopt daar te sjouwen. We zagen een jongen van 12 jaar die met een vracht van 35 kilo soms wankelend over het pad liep. Om een inzicht te geven in de tocht: we gingen van 2275 naar 3000 meter hoogte. Daarna weer afdalen naar 1200 meter. Vervolgens weer in (dag)etappes naar 3480 meter naar het dorp met de naam Gunsa. Hier was de eerste rustdag. De volgende dag ging het in 2 dagen naar 4780 meter (Lhonak) gevolgd door een dagetappe heen en terug naar Pangpema, het basiskamp van de Kangchenjunga. Dit ligt op 5150 meter hoogte. Daar staan een paar hutten. Nou ja het zijn wel erg schamele onderkomens. Toch wonen er Nepalezen. Je vraagt je af waar ze van leven. Pangpema ligt bij de gletsjer van de Kangchenjunga. We hadden pech want op het moment dat wij er waren was de bewolking zo laag dat er niets te zien was. Normaal heb je zicht op het ijs van de gletsjer en de toppen daarboven.
Vervolgens daalde we in een keer af naar het dorp Gunsa voor de overnachting. Het had die nacht licht gesneeuwd en de afdaling werd daardoor wel moeilijker. Onderweg nog voetsporen gezien van de zeldzame Snow Leopard. Vanuit Gunsa ging daarna verder over 4 passen van elk zo’n 4500 meter hoog over een stenig pad waarop ook nog een laag sneeuw lag. Na die passen volgde een steile afdaling naar het dorp Tseram. Hier hadden we onze tweede rustdag en konden we kleding wassen voor zover nodig. De dagen daarop werden gekenmerkt met lichte steigingen en meer afdalingen. De sirdar zei altijd op onze vraag “ hoe is het terrein morgen?”. “Nepali flat”. Onze tocht ging verder en we daalden geleidelijk naar ongeveer 2000 meter. Op onze kampeerplaats daar (bij een school) waren kinderspelen aan de gang. Een draad met daaraan toffees aan wasknijpers (vergelijk met koekhappen), lopen met lepel met knikker (bij ons een ei), zaklopen en stoelendans. Aan dit laatste werden gevraagd om mee te doen en dat deden we dus ook met veel hilariteit. Hier kwam ook de bus ,die ons in twee dagen terug te zou brengen naar het vliegveld in Biratganar. Ook hier eerst hele slechte wegen in het begin maar later geasfalteerde wegen. Eenmaal terug in het hotel in Kathmandu was het eerste eens lekker douchen want dat was een aantal weken niet mogelijk geweest. Terugkijkend is het een prachtige tocht geweest in voor mij toch weer een heel nieuwe omgeving. De indrukken zullen me lang bijblijven. Wim |



